Het schrijven van een boek is meer dan een tijdsbesteding. Veel meer. Als het idee eenmaal geboren is, laat het je niet meer los. Het zoekt zijn weg in je hoofd, je hart, in alles waar je mee bezig bent. En langzaam maar zeker krijgt het vorm, en is het of je vanuit een andere dimensie instructies krijgt. Je handen vliegen over het papier of de toetsen van je computer, de zinnen rijgen zich aaneen als kralen van een kleurrijke ketting en je personages lijken een eigen leven te gaan leiden.

In het volgende gedicht staat dit proces een beetje beschreven. Schrijvers zullen zich er in herkennen.

 

 

Ode aan de dichter
opgedragen aan mijn drie dochters

Wereldberoemd zal ik niet worden
olympisch goud is niets voor mij
en alle literaire prijzen
gaan zeker ook aan mij voorbij.
Al wil ik echt niet overdrijven
mijn welzijn ligt wel in het schrijven.
***
Waarover zal ik schrijven?
Over wat was of wat zal zijn?
Het eerste is me afgenomen
het tweede onvoorspelbaar zijn.
***
Een dichter laat zijn tandenaan de wereld zien
hij bijt ze stuk op onmacht en beminnen
zelfs tandenloos treedt hij nog
tegen onrecht op
hij krijst en jankt en bidt
en dankt vooral zijn zinnen
hij poetst zijn woorden op
en spoelt ze weg met pijn
O kon ik maar één dag per jaar
een echte dichter zijn.
***
Een dichtersziel is als een huis
dat kraakt in al zijn voegen
het overleeft zelfs stormkracht twaalf
hoor maar de dichter zwoegen:
hij zweet en kreunt
hij schreeuwt en weet
dit is geboortepijn
toch wil hij levenslang niet anders
dan een dichter zijn.
***
‘s Nachts openen de deuren van de ziel zich een voor een
om woorden, beelden, zelfs complete zinnen toe te laten
ze lopen in en uit, ik houd voortdurend in de gaten
of ze misschien voorgoed verdwijnen want ik heb ze slechts te leen.
***
Ik ben een schakel. Ik verwoordwat ‘s nachts een schuilplaats vindt.
Eenmaal gedrukt laat ik het los,zoals ik jou deed, kind.

 

 

 

 

 

 

In de volgende hoofdstukjes zijn achtereenvolgend boeken en publicaties te vinden.